Gevolgen fiscaal partnerschap

Het fiscale partnerschap is de afgelopen jaren onderhevig geweest aan vele veranderingen. Het zijn van fiscale partners heeft vooral gevolgen voor uw aangifte, maar ook voor de hoogte van het inkomen, de hoogte van drempelbedragen en de hoogte van heffingskortingen. U kunt maar 1 fiscale partner tegelijkertijd hebben. Maar wat zijn de gevolgen van het fiscale partnerschap?

Voorwaarden fiscaal partnerschap
De keuzemogelijkheid voor het fiscale partnerschap is vanaf 2011 afgeschaft. Wanneer u aan één van de voorwaarden voor het fiscale partnerschap voldoet, bent u fiscaal partners. Of u dit nu wilt, of niet. In de meeste gevallen is het fiscale partnerschap echter voordelig en hoeft u door deze kwalificatie minder belasting te betalen.

Gehuwde of geregistreerde partners zijn automatisch elkaars fiscale partner. Daarnaast bent u fiscaal partners wanneer u op hetzelfde adres bent ingeschreven, beiden meerderjarig bent en er sprake is van een notarieel samenlevingscontract. Ook wanneer u ongetrouwd bent maar op hetzelfde adres staat ingeschreven kunt u fiscale partners zijn. Namelijk in de gevallen dat u samen een kind heeft, één van u een kind van de ander heeft erkend, uw pensioenpartners bent, uw samen eigenaar bent van een eigen woning of op hetzelfde adres een minderjarig kind van één van u staat ingeschreven.

Wanneer deze situaties niet op u van toepassing zijn, bent u geen fiscale partners. Een overzicht van het fiscale partnerschap in bepaalde situaties vindt u hier.

Bloedverwanten
Ook bloedverwanten kunnen elkaars fiscale partner zijn. Extra voorwaarde is hierbij wel de leeftijd. Beide bloedverwanten moeten ouder zijn dan 27 jaar en daarnaast moet aan één van de bovenstaande voorwaarden voor het fiscale partnerschap voldoen.

Gevolgen partnerschap
In de meeste gevallen zijn de gevolgen van het fiscale partnerschap positief. Fiscale partners doen samen aangifte. Het grote voordeel van het fiscale partnerschap is dat de fiscale partners onderling bepaalde inkomsten en aftrekposten mogen verdelen. De aftrekposten van beide partners kunnen worden opgevoerd bij de partner met het hoogste inkomen waardoor er in de meeste gevallen sprake is van een belastingvoordeel. In onderstaande tabel is opgenomen die aangeeft welke inkomsten en aftrekposten mogen worden verdeeld over beide partners en welke niet mogen worden verdeeld.

Inkomsten en aftrekposten

Wel verdelen met uw fiscale partner

Niet verdelen met uw fiscale partner

  • het saldo van de inkomsten en aftrekposten van de eigen woning
  • aftrek vanwege geen of een kleine eigenwoningschuld
  • voordeel uit aanmerkelijk belang
  • de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) Dit geldt niet in het jaar van overlijden.
  • betaalde alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen
  • uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar
  • uitgaven voor specifieke zorgkosten
  • uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapte kinderen, broers of zussen
  • studiekosten of andere scholingsuitgaven
  • kosten voor een rijksmonumentenpand
  • giften
  • verliezen op beleggingen in durfkapitaal
  • restant persoonsgebonden aftrek over vorige jaren
  • belastbare winst uit onderneming
  • loon, uitkering of pensioen
  • reisaftrek openbaar vervoer
  • bijverdiensten en inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter
  • inkomsten uit beschikbaar gestelde vermogensbestanddelen
  • ontvangen alimentatie en andere periodieke uitkeringen
  • uitgaven voor inkomensvoorzieningen, zoals premies voor lijfrenten
  • negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen
  • de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) in het jaar van overlijden van 1 van u beiden
  • de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen als u dit jaar bent geëmigreerd of geïmmigreerd en niet aan 1 van de extra voorwaarden voldoet
  • negatieve persoonsgebonden aftrek

Voorbeeld
In de praktijk zorgt de aftrekpost voor de eigen woning voor een groot voordeel. De hypotheekrenteaftrek kan zo worden opgevoerd bij degene die het hoogste inkomen geniet. Stel dat Jan en Esther fiscaal partners zijn en Jan een hypotheek voor de eigen woning op zijn naam heeft staan van €200.000. De rente die Jan betaald, stel 6% van €200.000, €12.000 is aftrekbaar. Jan heeft een inkomen van €15.000 terwijl Esther een inkomen heeft van €80.000. Jan betaalt over zijn inkomen dus 33,1% belasting terwijl Esther 52% belasting betaalt. Zij kunnen er nu voor kiezen om de volledige hypotheekrenteafrek bij Esther op te voeren. Haar inkomen daalt dan van €80.000 naar €68.000 waardoor zij €6240 (52% van €12.000) minder belasting hoeft te betalen. Jan zou slechts een voordeel hebben van €3972 (33,1% van €12.000).

Drempelbedragen
Naast het verdelen van de inkomsten en aftrekposten heeft het partnerschap ook gevolgen voor de berekening van het drempelinkomen. Zo moeten fiscale partners hun inkomen bij elkaar optellen om het drempelinkomen te berekenen. Het recht op een bepaalde aftrekpost is vaak afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Zo kan het voorkomen dat er geen recht is op een bepaalde aftrekpost doordat het inkomen door het fiscale partnerschap hoger is terwijl beide partners apart bekeken wel recht zouden hebben gehad op de aftrek.

Heffingskorting
In de situatie dat slechts 1 partner inkomen geniet is het fiscale partnerschap bovendien ook voordelig. De niet, of weinig verdienende partner heeft dankzij het fiscale partnerschap toch recht op bepaalde heffingskortingen. Een voorbeeld hiervan is de algemene heffingskorting. Deze wordt door de belastingdienst aan de niet of weinig verdienende partner uitbetaald. Er zijn echter ook heffingskortingen, zoals de alleenstaandeouderkorting, waar u alleen recht op heeft wanneer er geen sprake is van een fiscale partner.

Geen voordeel fiscaal partnerschap
Naast het verloren recht op bepaalde aftrekposten door een hoger drempelinkomen zijn er meer situaties waarbij het fiscaal partnerschap niet voordelig is. Tot 2011 had men nog de keuze voor het fiscale partnerschap. Vanaf 2011 bepaalt de fiscus aan de hand van voorwaarden of u wel of geen fiscale partners bent. In sommige situaties lijdt dit tot negatieve gevolgen.

Zo is er bijvoorbeeld de situatie waarbij een ouder op leeftijd bij een kind met een minderjarig kind komt inwonen in het kader van mantelzorg. De overwaarde die de ouder haalt met het verkopen van zijn eigen woning dient hij verplicht in de hypotheek van zijn kind te stoppen. Zij zijn immers fiscale partners omdat zij aan de voorwaarden voldoen.

Waarom kiest u er niet voor om al uw fiscale zaken uit te besteden? Dit kan heel voordelig via Taksgemak.

Lees ook:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *